Beheerplan

Een educatief eiland in het veenweidegebied, dat vraagt om bijzonder beheer. Er zijn een vijftal hoofdtaken in het beheer die extra aandacht vragen:
  1. Het grasland verarmen zodat meer diversiteit in de flora ontstaat. Het maaiwerk is erg arbeidsintensief omdat het hooi moet worden afgevoerd. Ook moet de pitrus worden bestreden. Het plan is om de pitrus te gaan plaggen en de gaten te vullen met graszoden.

  2. De oever beschermen om het leeglopen van de veenlagen te stoppen zodat ook nat-dras ontstaan. Het gaat om het aanbrengen van wiepenschermen op de zwakke plekken en het herstellen van de beschoeiing door meer hakhout tussen de huidige paaltjes te plaatsen.

  3. Het knotten van de bomen, de elsen. Het gaat dan vooral om het positieve effect op de veenweidevogels. Gedacht wordt om het huidige bos in drie zone’s te verdelen waarmee het knotwerk in een cyclus van drie jaar wordt gebracht ook om het werk over de jaren te verdelen.

  4. Attracties en borden met toelichting toevoegen zodat wie langskomt wordt geholpen te zien wat er te vertellen valt. Het gaat om het actief beleven van de ontstaansgeschiedenis en de huidige flora en fauna in het veenweidegebied. Gedacht wordt aan informatieborden, een natuur-leerpad en een vogel-kijkwand.

  5. De toegankelijkheid vergroten door folders, vaarroute’s uit te zetten en invalide voorzieningen aan te brengen. De folder en de uitgewerkte vaarroute-kaart zullen in Wormer bij bedrijven en bij de Poelboerderij klaar leggen om meegenomen te worden. Het eiland wordt in 2005 rollator toegankelijk.

Om voor dit werk laagdrempelig subsidies aan te kunnen vragen is in 2004 een Stichting voor het actief ondersteuning van het beheer gestart, de Stichting “Klein Terschelling”

Pitrus proef

De Pitrus woekert in het gehele Wormerveld. De pitrus is een sterke grassoort die vanuit het wortelstelsel zich onder de grasmat snel verspreidt. Is de pol uitgegroei,d dan neemt deze een oppervlak in beslag dat wel tien keer groter is dan het polletjes zelf. Alle onderbegroeiing wordt daardoor belemmert waardoor de Pitrus nog makkelijker in de grond doorgroeit. De Pitrus woekert dus echt en langzamerhand wordt het traditionele grasland in het veenweidegebied verstoord. Natuurmonumenten werkt er hard aan om de Pitrus terug te dringen. Ook elders in Nederland zijn vergelijkbare initiatieven zoals bij het Landschap Noord Holland en het Goois Landschap. Het gaat daarbij om een combinatie van verschralen en actief plaggen. Maar deze organisaties hebben veel oppervlak in beheer en beperkte financiële middelen. Het verschralen gebeurt daarom door het laten grazen van Hekrunderen. Het plaggen wordt uitgevoerd met kleine shovels. Beide methoden hebben beperkingen. De hekrunderen en de shovels beschadigen de grasmat ingrijpend terwijl de Pitrus juist makkelijk aanslaat in de wonden die daarbij ontstaan. Daarom is op het eiland Klein-Terschelling door initiatief van de ecoloog Peter van linden een proef gestart om de effectiviteit van deze twee methoden te vergelijken. Er zijn twee velden uitgezet van 3x3 meter. In het ene veld is geplagd en in het andere veld wordt verschraald. Omdat de situatie kleinschalig is worden minder ingrijpende methoden gebruikt. Het plaggen wordt met de hand uitgevoerd, de plaggenschop is het instrument. Het verschralen wordt met de zeis uitgevoerd, om de vier weken wordt gemaaid en het maaisel wordt uiteraard afgevoerd. De twee proefvelden zijn in juni2005 opgezet. Vooraf aan het plaggen en verschralen is de Pitrus belasting gemeten. Parameters daarbij waren: 1. het oppervalktebeslag en de stevigheid van de Pitrusstengel zowel 2. de lengte als 3. het drooggewicht. Daarna is geplagd en is de verschraling gestart. De opzet is nu om de Pitrusvegetatie die daarna ontstaat (1e veld) of aanwezig blijft (2e veld) te volgen en te vergelijken door elk jaar in juni deze metingen te herhalen. De eerste registratie is hierbij gevoegd.